AVOND VAN DE POËZIE
Vanaf 2000 vindt elk jaar op de laatste donderdag van januari de Nationale Gedichtendag plaats. Stichting Dag Lochem organiseert – vanaf het begin – op die dag de Avond van de Poëzie. Er worden mensen uit de regio uitgenodigd, die hun drie favoriete gedichten voordragen. De voordrachten worden afgewisseld met muziek. De gedichten worden gebundeld in een mooi uitgevoerd boekje. Dat boekje is op de Avond van de Poëzie te koop en daarna verkrijgbaar bij Boekhandel Lovink. In 2010 was ook een CD van de muziek verkrijgbaar. Informatie over de landelijke Gedichtendag vindt u op Gedichtendag. Hieronder een impressie van affiches, boekjes en... poëzie.

Een dame
[...]
U wilt het toch wel serieus?
U bent er zeker van? Want heus…
Ja, zei de dame, ja, o ja.
Welnu, zei hij. Voilà.
Het was er een, ze had een ziel.
Die haar aanvankelijk beviel.
Maar toch, na verloop van tijd
wou ze ‘m kwijt.
Ze vond hem lastig en erg zwaar
en eigenlijk onhandelbaar.
Ze vroeg in Arnhem en Den Briel:
Wie wil er een gebruikte ziel?
Z.g.a.n. Maar iedereen
Zei: gunst, we hebben er al een.
[...]
Annie M.G. Schmidt (1911-1995)

Tijd
Ik droomde, dat ik langzaam
leefde…
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschriklijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
– De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze wrede strijd…
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
Niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?
M. Vasalis (1909-1998)

Binnen de spiegelDe menselijke mond waarmee,
nee, waarboven mijn ogen turen
in hun kleine ietwat rood
omrande overburen
beweegt iets en zegt ‘Nee.
Nog niet dood’.Leo Vroman, 93 jaar oud (*1915)

Mijn dag is dwaas en uit het lood:
Ik vraag een bedelaar om brood
En schenk een rijkaard een kopeke,Ik geef een dief mijn sleutelbos
En ik blanket mijn bleke blos,
Tracht zonlicht in mijn naald te steken.De arme geeft geen brood aan mij,
De rijke schuift mijn geld opzij,
Het licht wil zich niet laten strikken,De dief breekt zonder sleutel in,
De dag is roemloos, zonder zin –
Ik, dwaas, barst uit in hete snikken.Marina Tsvetajeva (1892-1941)

Op het gezigt van trekkende kraanvogelsLaatst, als ik, op mijn eenzaam pad,
Door Wijnmaands bleeke loovers trad,
Zoo kwam van ver een vreemd gerucht,
Zoo kwam een lange Kranenvlugt,
En hield naar’t wijkend avendlicht
Het spitse van heur schaar gerigt.Ontging ze ’t volgend oog weldra,
Ze liet me een diep gepeinzen na.
Ik dacht: wat hier omlaag geschiedt,
Des kreunt zich ginds de vogel niet.[ ... ]
A.C.W. Staring (1767-1840)
![]()
Je weet nooit zeker
wat het is dat
door de lucht beweegtzo ver weg ook
zoveel hogerje kan alleen maar hopen
dat het iets is onderweg
naar een mooier plekjeeen oude duif
naar zijn duivinJo Govaerts (*1972)
Aardrijkskunde
zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
de laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka laghéél even maar
Ida Vos (1931-2006)
▲naar boven